Deze blog verscheen eerder als ‘Vorm én inhoud’ op bkbacademie.nl.

edit 29/11/14: Michael Ignatieff beschrijft in New Republic op poëtische wijze wat ik probeerde te verwoorden in deze rant. “The real battle in politics is the battle over standing, your right to get a hearing as the person you are.” Klik op de foto voor het artikel (PDF).


Politiek redacteuren, persvoorlichters en andere bewoners van de Haagse kaasstolp komen eens per maand samen in de Balie in Amsterdam om te praten over politiek als kunstvorm: de spin als schilderwerk dat rustig geobserveerd en besproken mag worden. Aan het eind van de talkshow wordt de journalist met de scherpste analyse gekroond tot de ‘politieke junkie’ van het moment.

Nederland haalt collectief haar neus op voor deze verheerlijking van vorm boven inhoud. We verwachten van onze politici dat ze normaal doen, dan doen ze immers al gek genoeg. Maar is dat wel zo? Aangezien het de week van de mediawijsheid is, zou ik graag eens stilstaan bij deze typisch Nederlandse behoudendheid.

Graag zien we onszelf als rationele actor, als homo economicus, standvastig aan het roer op de woeste baren van de publieke opinie. Of het nu gaat om een debat over een zekere volkstraditie of om een tandpastareclame, we houden vol dat het toch echt de intellectuele argumenten zijn waarmee we ons laten overtuigen.

Niets is minder waar. De trotse Nederlander is net zo vatbaar voor retorica en marketingtechnieken die ingezet worden om ons te bespelen als ieder ander. Onze calvinistische traditie doet daar niets aan af. Onze zogenaamd nuchtere houding verklaart misschien wel waar deze aversie tegen hartstocht in de politiek vandaan komt.

Thumbs down still from the Gladiator

Door deze collectieve miskenning van de politieke praktijk maken Nederlandse kiezers zich schuldig aan het kop-boven-het-maaiveld syndroom. Neem Diederik Samsom. We kennen hem oorspronkelijk als idealistische straatvechter en dat beviel ons. Nu zien we hem als sterk politiek leider die bereid is water bij de wijn te doen om een stap dichter bij zijn idealen te komen en er ontstaat afschuw. Tot het punt waar hij werkelijk niets meer goed kan doen.

Het vereiste inlevingsvermogen ontbreekt blijkbaar, en dat stelt me teleur. Misschien heeft dit te maken met de teruglopende politieke participatie in Nederland. Slechts 2,5% van de kiesgerechtigde bevolking is lid van een politieke partij. Is het daarom voor mensen lastig zich te verplaatsen in de positie van degene die knopen door moet hakken? Hoe dan ook zijn we bijzonder inconsequent in de beoordeling van onze vertegenwoordigers.

Dit is net als met het Nederlands voetbalelftal. We zijn allemaal fan van Arjen Robben, wereldkampioen neergaan in het doelgebied. Zijn constante schwalbes zien we door de vingers: hij wordt immers tegen zijn schenen getrapt door tegenstanders. Met politici is dit niet anders. Ze passen soms tactische trucs toe, maar ze worden dan ook steeds aangevallen. Waarom gunnen we Diederik Samsom niet dezelfde kansen als Arjen Robben?

Dus laat politici vernieuwend zijn. Laat ze hun hoofd boven het maaiveld uitsteken. Misschien ontstaat er wel iets moois. Als meer Nederlanders zich opstellen als politieke junkie, en bereid zijn om het dagelijkse nieuws uit Den Haag te relativeren dan kunnen we de menselijkheid in onze politici leren zien.